Hierbij hoofdstuk 4 van het boekje 'Botshol in Beeld' met de prachtige aquarellen van Ina Berends. Nog meer aquarellen onder aan deze pagina.
 

4 Seizoenen

4.1 Lente

Op 15 mei 1953 heeft de gemeenteraad van Abcoude het besluit genomen dat er niet gevaren mag worden in de Botshol in de periode van 1 april tot en met 15 juni. Voor de vogels een rustige periode om hun eieren uit te broeden en de waterplanten krijgen de kans om te groeien. De bootjes van boer Verweij en Jansen staan op het droge. Op 16 juni, zeker als het mooi weer is, stromen de roeiers weer toe. Varen door grote stukken vol waterlelies en lisdodden. Rietkragen die ongeschonden zijn en veel vogels met jongen.

Voordat de Botshol dichtgaat is de lente al begonnen. Er komt niet veel roeipubliek, alleen de echte liefhebber gaat het water op. Zoals Henk van Halm die erover schrijft (16): “Ik ben in de polder Botshol tussen Abcoude en Vinkeveen. Over een paar dagen gaat het natuurmonument tot half juni dicht om het waterwild de rust te garanderen die het nodig heeft voor eieren en jongen. Soms komt een sproeibuitje uit loodgrijze regenwolken. Er waait een harde wind uit het noordwesten en de gehuurde roeiboot is loefgierig: hij drijft af als een gek, wanneer de wind van opzij komt. Je kunt er beter mee in de luwte blijven. In de kreken is het vooral tijdens de schaarse opklaringen ook minder koud dan op de plas…. Zo dicht op het water, op bijna gelijke hoogte met de opkomende oeverplanten, beleef je de lente van heel nabij. Tussen de rozetten van kale jonker en opkomende scheuten van valeriaan en moerasspirea bloeit op de oevers van de Vliet het speenkruid met duizenden goudgeel glanzende sterretjes. Zwarte glanskevertjes, nauwelijks groter dan een vlo, wroeten in het gele stuifmeel. Spitse lisbladeren, blauwgroene oeverzegge, rood getinte spruiten van harig wilgenroosje en waterzuring en het gezaagde blad van wolfspoot stofferen de waterkant….”

4.2 Zomer

Het roeien staat in de zomer centraal. De groene bootjes van Verweij en Jansen  zorgen ervoor dat het aantal recreanten beperkt blijft. Andere boten worden niet toegelaten in de Botshol en het varen met boten met een motor is alleen voorbehouden aan Natuurmonumenten en de boeren die er riet moeten winnen. Als het vaarseizoen aanbreekt zijn de rietkragen nog ongeschonden. Al snel is het resultaat van ondeskundige roeiers waar te nemen. De sloten zijn zo smal dat het moeilijk is om niet in de kant vast te zitten. En als je dan ook nog een tegenligger ontmoet, is het bijna onmogelijk om elkaar te passeren zonder vast te komen zitten. De velden met waterlelies en lisdodden zien er prachtig uit. Helaas merk je aan het schurende geluid onder de boot dat je er zonder het te willen dwars overheen vaart.

Naast het roeien wordt de Botshol in de zomer druk bezocht door mensen die willen genieten van de rust. Ze zijn op zoek naar een eilandje om te kunnen liggen, lezen en zwemmen. Er zijn een paar plekken die officieel daarvoor bestemd zijn, voornamelijk op de Pol.

Wil je op een mooie warme dag op de plassen van de Botshol vertoeven, dan moet je er niet te laat bij zijn. Zo rond 11 uur zijn alle bootjes weg en ze zijn niet terug voor 4 uur. Reserveren kan niet, voor groepen wordt soms een uitzondering gemaakt. Je komt aan, kijkt of er een bootje is, schrijft je naam en vertrektijd in een schriftje en je kunt gaan. Op warme zomeravonden is het water lekker warm en meestal liggen er bootjes klaar. Van zonsopgang tot zonsondergang mag je het gebied in.

4.3 Roeiverhalen

“De avond viel snel. Het was heel rustig en stil op het water. Opeens kwam uit het riet geroep om hulp: paniek. Dwars door het riet kwam een man gekropen. Of er alstublieft hulp gehaald kon worden. Een boot met drie andere passagiers zat in een zijsloot. Ze wisten absoluut niet welke kant ze op moesten.” Mijnheer Verweij noemt het mensen met ‘rietkoorts’. “Ze komen bibberend aan wal, het lijkt wel of ze koorts hebben,” vertelt hij lachend. Gelukkig verdwalen de roeiers niet zo vaak. De meeste mensen komen heel tevreden terug. De bootjes van Verweij worden verhuurd sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn gestart met een bootje en dat groeide uit tot 25 bootjes in 1953. Toen besloot de gemeente Abcoude dat er niet meer vaartuigen de Botshol in mochten. Verweij constateert wel een verschil met de jaren 50. “De mensen komen veel later. Vroeger zag je ze al rond 9 uur, nu komen ze pas rond 11 uur. Er komen veel meer mensen voor de natuur en de rust. Doktoren worden gestuurd om te ontstressen, natuurclubs zijn op zoek naar bijzondere torretjes en planten. In het verleden kwamen ze uit Amsterdam voor de spanning: de stropers en de verliefde stelletjes. Heel veel roeiers komen terug, soms na 20 jaar. En regelmatig nemen ze buitenlandse vrienden of collega’s mee.” Verweij is opgegroeid in de Botshol. Hij kwam er bijna iedere dag om te spelen of kattenkwaad uit te halen. Hij plukte kilo’s zonnedauw en kalmoes dat  verkocht werd aan een ziekenhuis dat er medicijn van maakte. De Latijnse namen van al die bijzondere flora en fauna hoef je aan Cor Verweij niet te vragen. Zijn hart ligt in de Botshol. “Mijn leven lang ben ik al bezig om het hier netjes te houden. Ik ben er hartstikke zuinig op.”

 

4.4 Herfst

Als het weer het toelaat, is de herfst ideaal om een bezoek te brengen aan de Botshol. In de smalle slootjes merk je niet zo veel van de wind. Op het moment dat de zon schijnt is het er zeer aangenaam. Maar ook met mist heeft de Botshol zijn eigen sfeer. De kleuren van de bomen, het riet dat in bloei staat en de frisse wind geven je een gevoel van gezondheid en vrijheid. De bramen kunnen geplukt worden en op de eilandjes zijn de rode bessen van de kamperfoelie en de lijsterbessen te zien. Spinnen maken fraaie webben en af en toe voel je een draad in je haar of je gezicht. Besluit je om een eilandje te bezoeken dan is de kans groot dat je er paddenstoelen vindt. Mensen zijn er weinig in dit seizoen, waarschijnlijk omdat de Botshol toch geassocieerd wordt met zon of ijs. Een enkeling herinnert zich het bramen plukken.

“Elk jaar was het een vast uitje van ons gezin naar de Botshol te gaan als de bramen rijp waren. In de loop van de jaren wisten wij wel op welke eilanden er veel bramen te vinden waren. Iedereen zocht een eigen plukplek met een bakje of emmer bij zich. Je moest doornige takken opzij duwen en je een weg zien te banen door een wirwar van bramenstruiken. Naast de doornen waren er volop muggen in dit drassige gebied, die je moeilijk van het lijf kon houden. Wij deden elastiekjes aan de uiteinden van mouwen en broeken in de hoop dat ze minder op onze huid konden komen. Wanneer de emmers gevuld waren met bramen, werd er nog een duik genomen in het water. Het water om je heen borrelde zwart omhoog en had een grondige geur, maar lekker dat het was om zo in de natuur te zwemmen. Thuis werden de bramen verwerkt tot bramensap en bramenjam en met de feestdagen stond er bij ons altijd een potje ‘Botshol’ op tafel. Helaas zijn er nu bijna geen bramen meer.“

4.5 Winter

De Botshol in de winter is alleen belangrijk voor recreanten als er ijs ligt. De boeren zijn er op dat moment aan het werk om het riet te oogsten, maar zo gauw het ijs sterk is wordt het gebied overgenomen door de schaatsers. Ze trekken hun schaatsen aan en als het ijs stevig en betrouwbaarder is komen de toerrijders. IJsclub De Volharding organiseert zo gauw het mogelijk is een tocht die door duizenden gereden wordt. Met een ‘koek en sopie’ tent van de familie Bon en kluunplekken wordt er een tocht uitgezet. Naast het schaatsen zorgt ook sneeuw voor veel winterpret. Bij het Fort wordt, bij wijze van uitzondering, sleeën toegestaan. De heuvels zijn ideaal voor snelle afdalingen. Maar een wandeling ’s avonds door een bevroren Botshol is een ervaring op zich. De stilte, rust en de  frisse lucht, geven je het gevoel dat je alleen op de wereld bent.

Ook kan het gebeuren dat je het geluk hebt om een vos tegen te komen. “Na het werk in het riet zat ik op wat uitgekamd gras en plots stond hij daar, die rode glanzende rover. Hij verwachtte mij niet en stond doodstil. Ik weet niet wie er meer schrok. Zo mooi van kleur en zo alert; volgens mij ontdaan omdat hij mij niet eerder gezien had. Na mij even aangekeken te hebben draaide hij zich om en verdween tussen het riet.”

 

 

 

Contact

willemienvanlith

Stuk in het Financieel Dagblad van 25 februari 2017 met interview o.a. met mij:

Alle kennis verhuist naar de cloud

 

© 2017 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode